sociale betrokkenheid is geen automatisme meer,
we moeten het opnieuw aanleren

(19.10.2016)


Het was bij toeval dat zijn levenloze lichaam maandag werd ontdekt. Had de buurvrouw niet zijn toestemming nodig gehad om te verbouwen, het lichaam van de 81-jarige Urbain D.V. was wellicht nog altijd niet gevonden.

Acht maanden lag de man dood in zijn appartement in een Gents flatgebouw. Dat blijkt uit de staat van ontbinding van zijn lichaam. En uit de vervaldatum van etenswaren die in zijn appartement werden aangetroffen: februari 2016.

Iedereen vraagt zich af hoe zoiets kan gebeuren. Hoe kan het dat iemand acht maanden lang dood ligt in zijn appartement, zonder dat iemand iets merkt? Heeft niemand hem gemist?

Acht maanden lang bleef de postbode nochtans zijn post bezorgen. ‘Behalve zijn uitpuilende brievenbus waren er geen aanwijzingen dat er iets mis was’, zegt Marc Van Acker, de syndicus van het flatgebouw, in Het Nieuwsblad.

‘De man’, vervolgt Van Acker, ‘stond bekend als een eenzaat, was altijd zeer stil en veroorzaakte nooit problemen. Bovendien zorgde een automatische overschrijving ervoor dat zijn huur ook na zijn overlijden mooi op tijd werd betaald.’ Wie stil is, op tijd betaalt en geen problemen veroorzaakt, wordt al eens onzichtbaar en dreigt onopgemerkt te verdwijnen.

Pogingen van de buurvrouw, die herhaaldelijk de huisbaas belde, leverden niets op. De man had ook twee zonen, met wie hij klaarblijkelijk al enige tijd geen contact meer had. Ze wilden gisteren niet reageren op het overlijden van hun vader.

De anonimiteit van een flatgebouw

Rudy Coddens, voorzitter van het OCMW en SP.A-schepen van Seniorenbeleid, Werk en Armoedebestrijding in Gent, zegt dat het regelmatig gebeurt, mensen die in alle eenzaamheid sterven. ‘Zonder een oordeel te vellen: acht maanden is wel heel lang. Waarom heeft de postbode niets gedaan? Waarom is de syndicus niet blijven bellen? En de buren?’

Dat zoiets gebeurt in een flatgebouw, verbaast Coddens niet. ‘De sociale controle is er minder groot. Het is er meer ieder voor zich. Net zoals in residentiële wijken. Anders is het als je in een rijtjeshuis woont. Dan zullen buren zich makkelijker vragen beginnen te stellen als je rolluiken al veertien dagen naar beneden zijn.’

Els De Smet, die in Gent in haar eentje de vrijwilligersorganisatie Waardige Uitvaart runt, die mensen in armoede op een waardige manier afscheid wil laten nemen van hun dierbaren, beaamt: ‘de anonimiteit in woonblokken is veel groter.’

Dat eenzaam sterven meestal alleen wordt geassocieerd met armoede, klopt volgens De Smet niet. Urbain D.V. was bemiddeld en betaalde zijn huur op tijd. ‘Als je arm bent, is er nog een vorm van sociale controle en heb je nog contact, met het OCMW of met een geldbemiddelaar’, zegt De Smet. ‘Als je geld hebt, zoals de 81-jarige man in Gent, kan je je makkelijker opsluiten. Voor je het weet, ben je vertrokken en zit je in een sociaal isolement.’

Het evenwicht tussen sociale controle en bemoeienis

Dat Urbain D.V. een eenzaat was, zeggen getuigen. Hij zou ‘zelf voor een solitair leven hebben gekozen’.

‘We zien het genoeg’, zegt Coddens, ‘mensen die alle zorg vermijden. Soms is er drempelvrees om contact te zoeken. Soms zijn er psychologische problemen. Maar soms wil iemand ook gewoon met rust worden gelaten. En dat moet je respecteren. Het evenwicht vinden tussen sociale controle en wat als bemoeienis wordt ervaren is niet altijd makkelijk.’

Schaamte en de neerwaartse spiraal

Ook De Smet komt in contact met compleet geďsoleerde mensen. Zij het dat zij door hun harnas weet te breken. ‘Ik ga vaak op bezoek bij mensen die in armoede leven. Dikwijls ben ik de enige die er komt. Als er niemand is, is er niets meer. Iedereen zou één iemand moeten hebben met wie hij contact heeft.’

Schaamte speelt een doorslaggevende rol om in een neerwaartse spiraal van isolement terecht te komen, denkt De Smet. ‘Het begint soms met een vuil huis, waar je niemand binnen durft te laten, omdat je je schaamt. Je krijgt schrik, durft niet meer buiten te komen. Doe je dat wel nog, dan voel je je bekeken. En dus blijf je binnen en word je vergeten."

Ieder voor zich

Net zoals niet enkel arme mensen in een sociaal isolement terechtkomen en eenzaam sterven, geldt alleen doodgaan ook niet alleen voor oude mensen. Ook jongere mensen zijn er het slachtoffer van, zegt zowel Coddens als De Smet. Heeft het ook te maken met onze maatschappij, die kouder en killer wordt, meer ieder voor zich? Er wordt overal bespaard, ook op medemenselijkheid?

‘Mensen zijn inderdaad meer op zichzelf’, zegt Coddens. ‘Ze leiden een jachtiger bestaan. Ze komen thuis, de rolluiken worden naar beneden gelaten, de tv gaat aan, ze hebben minder contact dan vroeger. Toen was het sociale weefsel sterker, was er geen internet en kwamen mensen makkelijker buiten.’

Een straathoekwerker voor de eenzamen

In Gent heeft het OCMW een systeem op poten gezet dat het soort intrieste voorvallen zoals in Gent maandag zoveel mogelijk moet voorkomen. ‘Mensen bellen ons vaak op om te melden dat ze vermoeden dat er iets aan de hand is’, zegt Coddens. ‘Dan bellen wij die mogelijk geďsoleerde mensen op, soms drie keer per week. We verwittigen familie, als die er nog is. We lichten de buren in. We brengen ook jonge mensen in contact met oudere mensen, we overleggen met handelaars, bakkers... en vragen hen ons te verwittigen als ze iemand allang niet meer hebben gezien.’

Er wordt met andere woorden ingezet op buurtwerking, burenzorg, er wordt samengewerkt met lokale dienstencentra en met de wijk en zoveel mogelijk geprobeerd om sociaal geďsoleerde mensen erbij te betrekken.

Daar pleit ook Els De Smet voor. ‘Naar analogie van de straathoekwerkers, die met daklozen werken, zouden er voor diep eenzame mensen sociale werkers of buurtwerkers moeten zijn.’

Mensen proberen te verbinden

Hoeveel werk er ook al wordt verzet om mensen niet te laten verzanden in eenzaamheid, of ervoor te zorgen dat ze niet in alle allenigheid sterven, het is blijkbaar nog niet genoeg. ‘Wat wij doen, als lokale overheid’, zegt Coddens, ‘is mensen proberen te verbinden. Daar moet je energie in steken. Sociale betrokkenheid is bij mensen geen automatisme meer. We moeten het hen opnieuw aanleren.’

 


[©m&b2016]